‘We geven statushouders geen baan cadeau en zetten hen niet zomaar vooraan in de rij’
Werkgevers zoeken personeel, terwijl veel statushouders graag aan de slag willen. Toch vinden ze elkaar niet altijd. De Nederlandse taal vormt vaak een drempel. De gemeente Geldrop-Mierlo probeert die kloof te verkleinen. Met de pilot Startbanen krijgen statushouders extra begeleiding om de stap naar werk te zetten. Zo kunnen zij hun taalvaardigheid verbeteren, praktijkervaring opdoen en toewerken naar een baan.
Vanuit de samenleving klinkt de duidelijke verwachting dat statushouders aan het werk gaan, hun eigen geld verdienen en niet afhankelijk blijven van een uitkering. Maar hoe zorg je ervoor dat mensen zo snel mogelijk aan die verwachting kunnen voldoen als ze de taal nog leren en de Nederlandse arbeidsmarkt nog niet goed kennen?
Startbanen
Om die stap naar werk te versnellen, doet de arbeidsmarktregio Helmond-De Peel, waar ook Geldrop-Mierlo onder valt, sinds 2024 mee aan de pilot Startbanen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het Rijk stelt hiervoor subsidie beschikbaar. Met extra begeleiding moeten statushouders sneller werk vinden, zodat zij zelf in hun inkomen kunnen voorzien en minder lang afhankelijk zijn van een uitkering.
In de hele arbeidsmarktregio deden tijdens de eerste pilot 140 statushouders mee, onder wie 35 inwoners van Geldrop-Mierlo. In 2026 is gestart met een tweede pilot. Daarbij ligt de nadruk op een intensief programma waarin jonge inburgeraars werken aan hun taal en praktische vaardigheden, als voorbereiding op werk. Twee deelnemers uit Geldrop-Mierlo volgen vier dagen per week Nederlandse les en praktijkgerichte activiteiten. Het traject duurt een jaar en moet hen voorbereiden op het inburgeringsexamen en een volgende stap richting werk.
Geen baan cadeau
Dat statushouders extra begeleiding krijgen, roept ook vragen op. Waarom wordt er in deze groep geïnvesteerd, terwijl andere inwoners soms al maanden zonder succes solliciteren? En krijgen statushouders daardoor niet meer kansen dan andere werkzoekenden?
Wethouder Fiona Bijl begrijpt dat die vragen leven. “Als je zelf moeite hebt om werk te vinden en ziet dat een specifieke groep extra begeleiding krijgt, kan dat voelen alsof anderen worden overgeslagen. Mensen willen weten of ze zelf dezelfde kansen krijgen. Dat is een begrijpelijke zorg.” Ze vervolgt: “Maar tegelijkertijd vinden we dat statushouders aan het werk gaan en niet onnodig afhankelijk blijven van een uitkering. Dat vind ik ook vanzelfsprekend: wie kan werken, moet de kans krijgen om zelf zijn geld te verdienen. Maar die stap gaat niet vanzelf als je de taal nog leert, de Nederlandse arbeidsmarkt niet kent en nog geen netwerk hebt. Als we willen dat mensen uit de uitkering komen en zelfstandig verder kunnen, moeten we ze soms een handje helpen. Dat is geen baan cadeau geven of iemand voortrekken. Het is juist een investering om ervoor te zorgen dat mensen zo snel mogelijk op eigen benen staan. We geven mensen geen baan cadeau en zetten hen niet zomaar vooraan in de rij. We proberen drempels weg te nemen.”
Passende ondersteuning
Dat neemt niet weg dat werkzoekenden met elkaar kunnen concurreren. “Een werkgever kiest uiteindelijk zelf wie hij aanneemt. We kunnen niet beloven dat er nooit concurrentie is. Het gaat erom dat mensen die extra ondersteuning nodig hebben ook een kans krijgen om zelfstandig verder te kunnen”, aldus de wethouder.
Volgens de wethouder moeten ook andere werkzoekenden nadrukkelijk in beeld blijven. “Iedereen die in Nederland woont en geen baan kan vinden, verdient net zo goed ondersteuning als iemand die hier pas is en nog moet inburgeren. De hulp die nodig is, kan alleen verschillen. De gemeente werkt hiervoor samen met Senzer om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te ondersteunen bij het vinden van werk. Het uiteindelijke doel is dat mensen hun talenten kunnen benutten, zelf in hun inkomen kunnen voorzien en meedoen in de samenleving.”
Voor de pilot Startbanen is voor de arbeidsmarktregio een rijksbudget van 475.000 euro beschikbaar voor twee jaar. De verplichte taallessen worden betaald vanuit de inburgering.