Na 36 jaar politiek zet wethouder Hans van de Laar een komma, geen punt

‘Als je dit huis bestuurt, moet je dienen aan het front; het is ja, tenzij, niet nee, mits!’

Nog heel even, en dan zit de formatie erop. Begin juni wordt het nieuwe college van Geldrop-Mierlo officieel geïnstalleerd, zonder Mierlonaar Hans van de Laar. Na 36 jaar in de lokale politiek neemt wethouder Hans van de Laar (76) afscheid. Nou ja, afscheid…dat woord vindt hij zelf veel te dramatisch klinken. Een beetje alsof hij met een gouden horloge onder de arm definitief richting geraniums vertrekt. Zo zit hij niet in elkaar. “Ik zet eerder een stap opzij dan dat ik verdwijn”, zegt hij met een grijns. “Helemaal stoppen? Nee joh. Grote kans dat ik voorzitter van de partij (DPM) word. Dus ik blijf nog wel ergens rondlopen.”

Toch gloort er voorzichtig iets nieuws aan de horizon: rust. Of in elk geval een poging daartoe. “Even niet altijd aan staan. Alleen weet ik nog niet hoe lang ik dat volhoud. Dat zit niet echt in mijn systeem.”

Behoorlijke grote mond

Zijn politieke carrière begon pas rond zijn veertigste. Niet vanuit een strak carrièreplan, maar vanuit betrokkenheid en een uitgesproken mening. “Vooral dat laatste”, geeft hij lachend toe. “Ik had in Mierlo een behoorlijke grote mond. Op een gegeven moment dacht ik: misschien kan ik die energie beter ergens in stoppen waar er ook echt iets mee gebeurt.” 

Maar wie terugkijkt, ziet dat de basis al veel eerder werd gelegd. Ver voordat de gemeenteraad in beeld kwam, was er eerst het dorp zelf en een nieuwkomer die zich er razendsnel thuis voelde.

Meteen een Mierlonaar

De geboren Helmonder kwam in 1974 in Mierlo wonen en hij voelde zich er vrijwel meteen thuis. “Ik was meteen Mierlonaar”, zegt hij daar met een glimlach over. Voor hij goed en wel zijn draai had gevonden, zat hij al in het verenigingsleven en schoof hij aan, aan diverse bestuurstafels. “Ik ben gewoon geen stilzitter.” Een van zijn eerste wapenfeiten: een biljartclub in de Mona Lisa-bar. Tot zijn eigen verbazing bestaat die club ruim een halve eeuw later nog altijd. “52 jaar”, zegt hij, “dat had niemand toen bedacht. Wij zeker niet.” Ook werd hij lid van de optochtcommissie van carnavalsvereniging De Kersenpit en trad hij jarenlang op als ‘onechte’ trouwambtenaar bij de Boerenbruiloft van de Spruwwejagers. 

Idealisme met een schuimkraag

Via café ’t Breujke kwam hij vervolgens terecht bij OJC PoerVoe, de eerste échte jongerensoos van Mierlo. Wat begon met een beetje meehelpen, eindigde zoals wel vaker bij hem: in het bestuur. En uiteindelijk zelfs in de voorzittersstoel. Bij PoerVoe draaide alles om een heilige drie-eenheid: muziek, vrijwilligerswerk en bieromzet. Vooral dat laatste bleek essentieel. 

Mierlo heeft popgeschiedenis gesponsord

“Zonder dikke subsidiepot moesten artiesten grotendeels worden betaald uit de baromzet. Een volle zaal was dus geen luxe, maar noodzaak. Als de tap goed liep, konden we grotere artiesten boeken”, zegt hij droog. En dat werkte beter dan iemand had durven hopen: in een verbouwde koeienstal stonden acts die later groot zouden worden, zoals Doe Maar, Herman Brood & His Wild Romance, Golden Earring, The Scene, The Nits, Rosa King, Barrelhouse en Bertus Borgers. Vaak nog vóór hun landelijke doorbraak. “Dus eigenlijk heeft half Mierlo via bierconsumptie de Nederlandse popgeschiedenis gesponsord”, grijnst hij. 

Stap naar de politiek

Ook was hij samen met toenmalig wethouder Peter Lammers (vader van de toen nog kleine Frank Lammers, red) initiatiefnemer voor de oprichting van Stichting Welzijnsbevordering Mierlo. Daaruit kwamen Dorpswerkplaats ’t Saam en Stichting MFA voort. “We hadden goed contact met de gemeente, maar vonden wel dat er op het gebied van welzijn nog veel te verbeteren was. De stap naar de politiek is dan eigenlijk een logische.” Cees Backx, destijds fractievoorzitter van Dorpspartij Mierlo, vroeg hem voor de kieslijst. “De rest is geschiedenis”, lacht hij. “Ik ben eigenlijk gewoon blijven zitten.” Dat ‘even blijven zitten’ werden uiteindelijk 28 jaar als raadslid en daarna nog eens 8 jaar als wethouder

Wethouder ben je nooit even

Als wethouder stond hij er nooit half in. “Wethouder ben je 24/7. Altijd aan. Zelfs in de supermarkt krijg je nog een verkeerssituatie, losliggende stoeptegel of hondenpoepprobleem mee.” Terugkijkend noemt hij meerdere portefeuilles waar hij trots op is. Maar vooral de buitenruimte springt eruit. “Het onderhoud van de wegen bijvoorbeeld, dat was acht jaar geleden echt een stevige klus toen ik aantrad. Daar hebben we enorme stappen in gezet. En de aanleg van glasvezel: we waren een witte vlek in de regio. Dat vond ik niet uit te leggen. Maar het is gelukt.” Hij knikt tevreden. “Dat soort dingen blijven hangen.”

Wethouder Hans van de Laar bij de waterberging
Aanleg van waterberging naast Sporthal De Weijer in Mierlo.

Paradepaardjes en piekbuien

Ook waterberging noemt hij als belangrijk dossier. Niet bepaald het onderwerp waar verjaardagen stil van vallen, maar wel essentieel. “Dat blijft belangrijk. Het klimaat verandert, de aarde warmt op, dus dit stopt niet.” Het zogenoemde blauwe aderplan ziet hij als een investering in de toekomst. En de waterkelder naast Sporthal De Weijer noemt hij met gepaste trots een ‘paradepaardje’. “Daar is zelfs landelijk interesse voor. Ik durf inmiddels wel een flinke bui aan.”

Ook mobiliteit blijft hem bezighouden. “Alles begint met bereikbaarheid. De A67, viaducten, verkeersdruk… op sommige plekken loopt het verkeer nu al vast in de gemeente.” Hij verwacht niet dat hij dat onderwerp na zijn vertrek ineens loslaat. “Daar blijf ik echt wel naar kijken.”

Een olifant eet je in plakjes

Wie jarenlang bestuurt, leert ook omgaan met frustratie. Of probeert dat tenminste. “Wat me soms echt heeft opgebroken, is hoelang alles duurt”, zegt hij. “We hebben veel regels. Begrijpelijk soms, maar het mag allemaal wel wat sneller.” Hij lacht even. “Dat is lastig als je van nature ongeduldig bent.” In de loop der jaren ontwikkelde hij daarom zijn eigen bestuurlijke levenswijsheid. “Je moet een olifant in plakjes eten.” Even stilte. Maar dan nog een laatste advies. “Alles lijkt groot en ingewikkeld. Maar je moet het behapbaar maken. Gewoon beginnen. Stap voor stap. Doe wat je kan doen en ga dan verder. Als je dit huis bestuurt, moet je dienen aan het front. Het is ja, tenzij. Niet nee, mits.”

Zorgen over wat komt

Er zijn ook zorgen. Vooral financieel. “Voor mijn opvolger wordt het echt ingewikkeld. Geen knaken, geen taken. Alles wordt duurder. De tonnen vliegen je om de oren.” Hij somt op alsof hij nog midden in een collegevergadering zit. “Netcongestie, CO₂-regels, stijgende kosten, jeugdzorg… alles stapelt zich op. We zijn een gemeente met een dorps karakter maar met een stedelijke opgave en de daarbij behorende kosten. Daar wringt het. De knoppen waar je aan kunt draaien raken op.” 

Acht jaar is genoeg

Dat hij nu stopt als wethouder, stond voor hem eigenlijk al vast toen hij begon. “Ik heb altijd gezegd: acht jaar is genoeg.” Waarom? “Omdat je anders als wethouder te veel in de uitvoering gaat zitten. Dan ga je je overal mee bemoeien. Je moet je rol zuiver houden.” Helemaal zorgeloos vertrekt hij niet. “Nee, er zijn dossiers die ik had willen afronden. Daarvoor gebeurt er te veel. Maar het is goed zo.”

Wethouder Hans van de Laar schept zand uit de grond om een nieuwe boom te plaatsen
Opening van de ‘Buurttuin met Aandacht’ als sociale ontmoetingsplek.

Wat nu?

De toekomst is nog niet stil. Een echte punt lijkt het niet te worden. Eerder een komma. Zijn vrouw Ineke heeft al wel plannen. “Meer stedentrips”, zegt hij glimlachend. “En ik ben een enorme liefhebber van de bergen in Oostenrijk. Ik wil weer eens lekker een pas rijden.” Ook oude hobby’s keren terug. “Ik programmeer nog weleens wat. En ik ga Spaans leren!”

Dan, bijna samenvattend: “Ik ben onlangs 76 jaar geworden… 28 jaar gemeenteraad, 8 jaar wethouder. Dat moet allemaal nog even landen.” Een glimlach. “Het is mooi geweest. Maar ik ben nog niet klaar.”